Ze lag al een poosje in het hospice, een stille vrouw, dankbaar voor alles wat er voor haar ‘gedaan’ werd. “Jullie doen zoveel voor mij”, zei ze eens toen ik haar haren kamde. Het was alsof ze zich eigenlijk onzichtbaar wilde maken, zodat we niet zoveel voor haar hoefden te doen. Van haar dochter hoorde ik dat ze altijd erg zelfstandig was geweest, nooit hulp vroeg en de dingen zelf oploste. Die tijd was nu voorbij en mevrouw besefte dat hulp vragen haar grootste uitdaging was.
Ze werd nog stiller dan stil, tot we opmerkten dat ze ineens veel op de bel ging drukken. Wanneer een vrijwilligster dan bij haar kwam, lag ze zoals gewoonlijk stil in bed en zei ze niets. Op de vraag wat ze nodig had en of we iets voor haar konden betekenen, schudde ze haar hoofd en sloot ze haar ogen.
Tijdens een ochtenddienst belde ze. Ik was alleen op de afdeling omdat zij de enige gast was op dat moment, en ik ging naar haar toe. Ze lag stil, keek me aan en sloot haar ogen. Ik besloot even bij haar te blijven staan; misschien had ze wat meer tijd nodig om duidelijk te maken wat ze wilde. Maar het bleef stil, ook nadat ik haar uiteindelijk vroeg of ik iets voor haar kon doen. Uiteindelijk ben ik weggegaan omdat mevrouw rustig lag en de telefoon in het kantoortje rinkelde.
Ik was nog niet in het kantoortje of de bel ging. De telefoon liet ik rinkelen en ik ging weer naar haar toe. Ze lag nog steeds stil en haar ogen waren gesloten. Toch maar weer terug naar het kantoortje, maar eenmaal haar kamer uit besloot ik daar te wachten en even om de hoek te kijken. Ik zag dat mevrouw druk bezig was te hengelen naar de drukknop. Ze merkte me op en ik kreeg een glimlach. Ze zakte terug in de kussens en sloot haar ogen.
Toen drong het tot me door. Ze wilde geen actie, we hoefden niets te doen, maar ze had behoefte aan iemand om er simpelweg te ‘zijn’. We waren er zo aan gewend dat ze nooit iets vroeg en dat ze stil was. Alsof ze al in overgave was. Maar niets was minder waar. Dit was haar manier om haar stervensproces te doorleven, maar ze kwam nu in een andere fase. Een fase die angst mee kan brengen; een fase die kan maken dat iemand zich alleen voelt in het proces.
Ik ben naast haar gaan zitten, heb naast haar mijn koffie gedronken en heb ook de administratieve dingen gedaan die ik die ochtend moest uitvoeren. Regelmatig werd ze ‘wakker’. Het leek dan alsof ze wilde bellen, maar dan merkte ze op dat ik naast haar zat. Ze liet zich dan weer in de kussens vallen met een glimlach van oor tot oor, sloot haar ogen en viel weer voor een poosje in slaap.
Op die manier hebben we haar tijdens de laatste week van haar leven kunnen ondersteunen, wat rustgevend was voor haar en verrijkend voor iedereen die bij haar was. De lieverd is heel zacht en rustig overgegaan.