In een vorige blog heb ik geschreven over Oud Nederlandse rituelen waarbij ik het aansteken van een kaars voor de (pas) overledene heb aangekaart. Hoe bijzonder het is om die kaars met volledige aandacht aan te steken. Niet zomaar aansteken, maar ieder gebaar dat daar mee te maken heeft met aandacht te doen, van het oppakken van het luciferdoosje tot aan het uitblazen van de lucifer en alles wat daar tussenin zit. Dit maakt het eenvoudig aansteken van een kaars tot een Heilig gebaar, een Heilig moment.
Wat ik destijds zelf als een heilig gebaar en moment heb ervaren gebeurde vlak na het overlijden van mijn schoonmoeder. Direct nadat mijn zij overleden was ging mijn schoonzus op een stoel staan om een klein raampje open te zetten. Toen ik vroeg waarom ze dat deed vertelde ze me dat dit vroeger meestal werd gedaan zo vlak na het overlijden. Het idee erachter was dat je op die manier de Ziel de vrijheid gaf om verder te reizen. Ik was zwaar onder de indruk van het gebaar en die gedachte erachter en vertelde dit thuis aan mijn kinderen. Ook in het hospice, waar ik later vrijwilligster werd, vertelde ik hierover maar merkte al snel dat de meeste vrijwilligsters er niets mee konden. Toch waren er nabestaanden die wel behoefte hadden aan een gebaar vlak na het overlijden. Wanneer we dan voorstelden om een raampje open te doen zodat de Ziel verder kon reizen, werd dat enorm gewaardeerd.
Nooit had ik kunnen vermoeden dat we 9 jaar later, in 2014 ditzelfde ritueel weer zouden doen. Mijn man ligt dan al acht dagen in coma in een Duits ziekenhuis. We moeten hem laten gaan en staan hand in hand rond zijn bed. We zeggen dat we van hem houden. En dan sterft hij. Ik kan op dat moment niet anders dan zijn hand blijven vasthouden om hem te laten weten dat hij niet alleen is in dit loslaten. Het is mijn zoon van 20 jaar die uit eigen beweging het raam openzet met de woorden: Je mag gaan pap. Het raakt me nog steeds want voor mij is dit Heilig gebaar het ultieme loslaten van zijn Ziel.